In 1996 macrameede Marcel Wanders zich naar de top van de designwereld. Was macrameeën in de jaren ‘70 nog truttig en ouderwets, nu was de techniek weer hot dankzij Wanders’ ‘Knotted Chair’ die volledig met deze techniek was gemaakt. Vele ontwerpen en opdrachtgevers volgden; Alessi, KLM, Louis Vuitton, Swarovski. Zijn ontwerpen staan in musea als het Centre Pompidou (Parijs), MoMA (New York) en het Stedelijk Museum Amsterdam.

“Voor mij is de ‘Knotted Chair’ belangrijk geweest, maar als ik daarna niet telkens iets had gemaakt dat net zo goed was, dan was ik mijn passie als ontwerper verloren. Elk jaar moet ik dingen maken die staan als een huis.”

Ben je nog even gemotiveerd als in 1996?
“Ik ben iemand die snel verveeld raakt, geen schilder die tien jaar hetzelfde concept schildert. Ik vind het leuk om veel verschillende onderwerpen aan te pakken en verschillende kanten van mezelf te ontwikkelen, dat maakt het voor mij juist interessant. Ieder project zie ik als een puzzel. Ik begin met een witte doos met 15.000 stukjes erin, waarmee ik uiteindelijk een puzzel moet leggen van duizend stukjes. Er staat geen voorbeeld op de doos. Als de laatste zes stukjes dan in de puzzel zuigen en alles precies passend maken: dan is zo’n moment verslavend. Het is fantastisch om dat gevoel vast te kunnen houden. Een topsporter blijft tien jaar op topniveau, daar zit ik ver overheen. In de dertig jaar dat ik in het vak zit, ben ik gepassioneerd actief in mijn vak. Daar ben ik dankbaar voor.”

Je hebt een nieuwe online Boutique geopend waar veel van jouw werken in samen komen. Was dat de insteek; een overzicht van jouw oeuvre bieden?
“Het idee achter de ‘Marcel Wanders Boutique’ is vooral een online winkel bieden waar zowel mijn kleine als grotere ontwerpen, en zowel de duurdere als meer betaalbare ontwerpen in te koop zijn. Ik wilde een eigen kanaal waarmee ik in direct contact sta met mijn publiek. Een plek van waar uit ik iets bijzonders of tijdelijks aanbied of af en toe iets kado kan geven.”

Veel van jouw werken gaf je de noemer ‘One Minute Sculptures’. Wat zijn dit?
“Toen mijn dochter klein was, was ik met haar aan het kleien. Een kwartier lang was ze bezig met haar kleine propje klei. Ik wilde laten zien dat dat anders kon. Ik pakte een groot stuk klei, bam bam, zette een hertje neer en, bam bam nog een. Mijn dochter vond ze nergens op lijken, al helemaal niet op herten. Ik vond het interessant; net als een machine gaf ik mezelf een tijdslimiet. Eén minuut, dan moest het klaar zijn. Het proces was repetitief industrieel, en toch was de productie telkens uniek en individueel. Zo ben ik mijn ‘One Minute Sculptures’ gaan maken.”

Komt het ook voor dat ontwerpen mislukken?
“Tuurlijk. Jij herkent misschien honderd ontwerpen van mij, ik heb er meer dan 2000 gemaakt. Als ik er niet uitkom, gaat het weg of ik wacht tot ik er wel uitkom. Zo deed ik achttien jaar over de held-speld. Toen mijn toenmalige vriendin jaren geleden ernstig ziek was, maakte ik een held-speld. Die ‘Hero Pin’ was heel klein en nietig, maar heel belangrijk voor haar. Ik wilde meer met dit ontwerp doen, maar ik had geen honderd helden. Het idee bleef achttien jaar lang in mijn kop zitten. Totdat de redactie van de Libelle mij belde of ik een cover wilde maken. Ik zei: niet de cover, maar wel het hele blad. Thema voor die editie werd het identificeren van individuele menselijke waarden, bij het tijdschrift zat de ‘Hero Pin’. Iedere lezer kon die geven aan iemand die die waarden vertegenwoordigt, die zij een held vond. Zo raakte dat nietige kleine object ineens 125.000 gevers en 125.000 gehuldigden. Het speldje op zich was eenvoudig, maar het vertegenwoordigde veel waarde voor de 250.000 betrokkenen. Ik vond het een fantastisch project. Voor mij is dit kleine held-speldje niet minder belangrijk dan mijn ‘Knotted Chair’.”

In jouw werk komen veel Nederlandse iconen terug, zoals in jouw ‘One Minute Delft Blue’- serie en het boek ‘RIJKS’ met grote meesterwerken. Wat wil jij uitdragen van je eigen cultuur naar de rest van de wereld toe?
“We leven in een tijd waarin het modernisme hoogtij viert. Een van de belangrijkste dogma’s in het modernisme stelt dat het verleden irrelevant is bij het maken van de toekomst. Dit betekent dat we telkens de inhoud van gisteren weggooien. Deze filosofie staat zo aan de wieg van onze wegwerpmaatschappij. Vijfentwintig jaar geleden besloot ik dat dat anders moest. Wat gisteren mooi en interessant was, moet je juist meenemen in vandaag en doorontwikkelen. De cultuur rondom Delfts Blauw was destijds dood. Mede door veel van mijn ‘Delft Blue’-ontwerpen heeft het Delfts Blauw opnieuw een positie gekregen.”

Je was een trendsetter; een rol die je beviel?
“Delfts Blauw is niet van mij, het is van ons. Het leuke vond ik dat anderen ook achterom gingen kijken, naar het verleden. Als mijn ontwerpen klakkeloos werden gekopieerd vond ik dat jammer voor hen. Trends interesseren me niet. Ik probeer met mijn ontwerpstudio richting te geven, als je daarbij op trends gaat letten, bijt je in je eigen staart. Wij maken de inhoud, niet de trend.”

Je blies het Delfts Blauw nieuw leven in met vazen, borden en klokken, maar ook dildo’s. Wat was daarbij je boodschap?
“Design is mijn taal naar de wereld toe. Ik spreek door mijn ontwerpen. Wat ik vertel wil ik net zo echt en eerlijk laten zijn als ik zelf ben. En er zitten nu eenmaal veel aspecten in mij. Soms ben ik intellectueel, soms emotioneel, dan weer rationeel. Maar ik vier ook graag feest. Ik vind het heel fijn als het potje af en toe mag overlopen. Daarbij houd ik me niet aan regels van anderen. Mensen hoeven niet naar mijn ontwerpen te kijken, ik bind ze niet vast.”

Hoe blijf jij jezelf ontwikkelen?
“Op allerlei niveaus probeer ik mezelf uit te dagen, zowel fysiek als mentaal. Zo zit ik in elkaar. Eigenlijk heb ik een slechte gezondheid. Sinds mijn vijftiende heb ik een pacemaker. Toch leef ik hard en vol overgave. Zolang dat gaat. Verder doe ik vooral aan mentale sport. Ik heb studies gedaan; van psychologie tot een master in bedrijfskunde. Voor mij is studie scherpte en vragen stellen, mezelf onder de loep nemen. Ik blijf zelfonderzoek doen, zolang ik leef ligt niets vast voor het leven.”

 

Marcel Wanders (1963)

Wat: industrieel ontwerper met zijn eigen ontwerpstudio waarmee hij werkt voor internationale merken als Alessi, KLM en Louis Vuitton. Daarnaast heeft hij de Marcel Wanders Boutique en is hij medeoprichter van het designlabel Moooi. Zijn werken: zijn te zien in gerenommeerde musea als het Centre Pompidou in Parijs, MoMA in New York en het Stedelijk Museum Amsterdam. Favoriet interieuritem: de piano van zijn dochter Joy. “Omdat zij er op speelt; allerlei stukken, alleen geen Rachmaninov.”