€264.000. Dat is het gemiddelde bedrag waarvoor je in 2017 een huis kocht. Dit is 9.7% meer dan het jaar daarvoor. De woningmarkt in 2017 is dan ook het beste te omschrijven als: ‘Een grote vraag naar woningen, die alsmaar duurder worden’. Kijk mee naar het jaar 2017 op de woningmarkt.

Regio’s

In 2017 bleken de verschillen op de woningmarkt per regio groot. Zo werden de huizen in de Randstad duurder, maar verkochten ze ook minder snel. In Utrecht en Noord-Holland was zelfs een daling in de verkoop ten opzichte een jaar eerder. Dit in tegenstelling tot gebieden buiten de Randstad. In het noorden van Nederland en Limburg zijn regio’s waar ruim 30% meer huizen verkocht werden dan in 2016. Deze gebieden zijn minder populair dan de Randstad, dus de prijzen stijgen daar minder snel. De prijzen in het Gooi, maar ook in Leiden en Almere, stegen met ruim 15%. Dit alles was goed voor een hypotheekproductie van €18 miljard meer dan in 2016.

Historisch lage hypotheekrente

Kocht je in september 2016 een koopwoning? Dan betaalde je zo’n 7.3% minder dan in september 2017. Door een groeiende economie en een lage hypotheekrente nam de vraag naar koopwoningen toe. Kocht je in 2017? Dan had je weer geluk met de hypotheekrente. Deze bereikte in 2017 een historisch laag niveau. Experts geven aan dat verdere daling van deze rente onwaarschijnlijk lijkt. Aan de toenemende concurrentie tussen verzekeraars en pensioenfondsen is te zien dat ook zij hypotheken als interessante belegging zien.

Woningtypen

Opvallend is dat de verkoop van het meest populaire woningtype, het appartement, daalde met ruim 9% in 2017. De verkoop van eengezinswoningen en vrijstaande huizen bleef wel stijgen. Huizen in Amsterdam, het Gooi en aan de kust kostten in 2017 gemiddeld €320.000. In het noorden van Nederland en in Zeeland betaalde je voor een woning het minst, namelijk zo’n €200.000.

Doelgroepen

In 2017 waren starters gemiddeld 23% van hun inkomen kwijt aan hypotheeklasten, tegenover 27% in het crisisjaar 2008. Wel was het voor starters lastiger om een woning te kopen, vanwege de verplichte inbreng van eigen geld.

In 2017 was er goed nieuws voor ZZP’ers op de woningmarkt: hypotheekverstrekkers versoepelden hun richtlijnen. Ze richten zich op het moment meer op inkomens- dan baanzekerheid, waardoor bijvoorbeeld ZZP’ers ook een (maatwerk-) hypotheek kunnen krijgen.

Verhuisgedrag

Het blijkt dat verhuisgedrag meer afhankelijk is van het type huishouden, dan van de hoogte van de inkomsten. Dat wil zeggen dat de samenstelling van het huishouden, de leeftijd en de bron van inkomen een grotere rol speelden bij het kopen van een woning dan de hoogte van het inkomen.

  • Ben je een jonge alleenstaande met een middeninkomen en wil je verhuizen? Dan ben je niet alleen. Zo’n driekwart van de jonge, alleenstaanden met middeninkomens wil verhuizen.
  • Ook de kinderloze stellen onder de 35 hebben een verhuiswens: zo’n twee derde van deze groep zou zijn stekkie graag verruilen voor een nieuwe.
  • Ouderen (zowel alleenstaand als samenwonend) blijven liever op hun plek. Slechts 20-25% van de 65+ers heeft een verhuiswens. En hiervan is maar 20-30% zeker van z’n zaak.
  • Bij de gezinnen met een middeninkomen en kinderen heeft zo’n een derde de wens te verhuizen. Maar ook hierbij is slechts 40% serieus op zoek naar een andere woning.

En voor 2018?

De huizenmarkt trekt verder aan in 2018. Dat betekent dat de huizenprijzen stijgen en woningen minder lang te koop staan. En dat kan eigenlijk ook niet anders. De hypotheekrente is laag, er is een woningtekort, de economische vooruitzichten voor 2018 zijn gunstig, huren wordt steeds duurder, de werkgelegenheid neemt nog verder toe en het consumentenvertrouwen stijgt. Kortom, alleen maar redenen voor stijgende huizenprijzen.

Bron: Het rapport ‘Staat van de woningmarkt 2017’, financieel.infonu.nl