‘Het is belangrijk dat ouderen hun mobiliteit behouden,’ aldus hoogleraar van Rijksuniversiteit Groningen prof. dr. D. de Waard. Een gesprek over vallen, opstaan, maar vooral op koers blijven – al dan niet met behulp van technologische snufjes. 

Waarom is het belangrijk dat ouderen mobiel blijven?
‘Je kunt je niet voorstellen wat het is om niet meer te kunnen gaan en staan waar je wilt. Wie dat kwijtraakt, kan in een isolement raken en zelfs depressief worden. Mobiel zijn betekent ook het kunnen onderhouden van sociale contacten. Je kunt denken: dan neem je toch de bus? Maar als je in Oost-Groningen of Limburg woont, is dat lastiger. Voor je bij de halte bent, moet je al een afstand afleggen en je kunt niets meenemen.’

Hoe weet je hoelang het verantwoord is om aan het verkeer deel te nemen?
‘Vaak ga je automatisch al compenseren voor functies die afnemen. Zo merkte ik dat ik een hekel kreeg aan rijden in het donker en dat begon te vermijden. Toen ik met kerst voor de grap mijn broers bril opzette, zag ik ineens naaldjes zitten in de kerstboom. Ik had gewoon een bril nodig. We zouden in het hele land onafhankelijke mobiliteitscentra moeten hebben. Waar een neuropsycholoog in gesprek gaat met mensen en advies en oplossingen kan geven. Veel ouderen ervaren een barrière om zich te laten onderzoeken, uit angst dat zij hun rijbewijs en daarmee hun vrijheid kwijtraken. Maar die vrijheid kun je met wat hulp juist langer vasthouden.’

Welke hulpmiddelen worden er al ingezet voor mobiliteitsbehoud?
‘Met behulp van speciale gps-camera’s hebben we proefpersonen gevolgd op de fiets en zagen we dat veel ouderen moeite hebben met recht blijven fietsen, in de berm raken en kunnen vallen. E-bikes vormen soms een goede oplossing; omdat zij harder gaan, zijn ze stabieler bij het wegfietsen. Begin dit jaar is er een prototype fiets ontwikkeld door onderzoeker Arend Schwab van de TU Delft; deze fiets heeft een slimme motor in de stuurkolom die het sturen corrigeert op het moment dat de fietser dreigt te vallen. Naast aanpassingen in vervoersmiddelen, kijken we naar aanpassingen in de infrastructuur. Zo kun je stroken langs fietspaden aanbrengen die oncomfortabel zijn om overheen te fietsen, waardoor de fietser op het rechte pad blijft.’

Welke innovaties gaan ons in de toekomst soepeler op weg helpen?
‘Zelfrijdende auto’s zouden dé oplossing zijn, maar daar moeten we denk ik nog veertig jaar op wachten voor die geïmplementeerd zijn in het verkeer. Tijdens onderzoeken met een rijsimulator zagen we dat veel ouderen invoegen op een snelweg met een veel te lage snelheid. Het zou behulpzaam zijn wanneer een navigatie specifiek zegt: ‘Probeer achter die zwarte auto in te voegen’. Ons brein bouwt een beeld op van de omgeving aan de hand van referentiepunten. Voor techneuten is dit mogelijk lastig te maken, maar niet ondenkbaar. Waar ook aan gewerkt wordt, zijn head up displays: systemen die informatie projecteren op de autovoorruit. Deze techniek komt uit de luchtvaart; straaljagerpiloten gaan zo hard, dat zij hun ogen niet kunnen afwenden van de route. Voordat deze displays kunnen worden ingezet voor ouderen, moet er nog veel onderzocht worden. Hun contrastwaarneming is bijvoorbeeld lager. Ze moeten geen problemen met focus ervaren en de lichtomstandigheden moeten goed zijn.’